Maandag 24 September 2018

Het weergeven van wat in het verleden heeft plaats gevonden kan soms pijnlijk zijn. Oude wonden kunnen daardoor worden opengemaakt. Dat is allerminst de bedoeling. Vandaar ook dat de geschiedenis summier is beschreven. Voor een nadere beschrijving van de geschiedenis wordt verwezen naar het boek ‘Om het vaste fundament’ dat ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan van de Chr. Gereformeerde Kerk Maranatha is uitgegeven (CIP/ISBN 90 901 5054 4 – NUCI 632 – Uitgegeven door Kerkenraad CGK Urk -Maranatha )


Spanningen in de Gereformeerde Kerk Urk
Zoals ook reeds in de tekst rond de landelijke geschiedenis is geschreven zijn er steeds invloeden van buitenaf die het kerkelijk en gemeentelijk leven beïnvloeden. En toch. De Gereformeerde kerk van Urk was een echte ‘afscheidingskerk’. Men was wars van elke valse leer. Zo verzette de kerkenraad zich sinds 1960 in bezwaarschriften aan de Synode tegen de Wereldraad van Kerken, men vertrouwde de opleiding van het prediktambt niet meer omdat er steeds meer hoogleraren kwamen van de moderne richting en van kanselruil met andere kerken wilde men niet weten.

De diverse invloeden van buitenaf zorgden er voor dat de Bijbel, het onfeilbaar Woord van God, in de beklaagdenbank terecht kwam. De wetenschap wist het volgens de moderne theologen nu veel beter. En deze moderne theologen kregen steeds meer invloed. Zo gaf professor dr. H.M. Kuitert aan dat Adam en Eva niet hadden bestaan, de opstanding van Christus was historisch niet bewijsbaar en een leeg graf bewees nog niets. Volgens Kuitert was de Bijbel tijdgebonden en vol van onjuiste elementen.
Hier bleef het niet bij: dr. H. Wiersinga ging later nog verder. Hij geloofde niet meer in verzoening door voldoening, maar kwam met een alternatieve verzoeningsleer: de verzoening moest door de mens zelf tot stand gebracht Deze aantasting van de Bijbelse verzoeningsleer was volgens de plaatselijke kerk ten ene male ontoelaatbaar. Het Borg- en Middelaarswerk voor onze zonden werd door Wiersinga geloochend.

Keer op keer bracht de Gereformeerde Kerk bezwaar in tegen de valse leer van professor Kuitert en niet minder tegen de alternatieve verzoeningsleer van dr. H. Wiersinga. De Gereformeerde Kerk zag in dit alles het hart van het Evangelie aangetast en kon daarom niet zwijgen. De verontruste Gereformeerden begonnen zich te roeren en er ontstond een vereniging van verontruste Gereformeerden, met de naam ‘Schrift en getuigenis.’

In 1968 organiseerde deze vereniging een grote landelijke manifestatie in de Bethelkerk op Urk. Men wilde op die manier het landelijk protest versterken, omdat het langs de kerkelijk weg indienen van bezwaarschriften geen resultaat had opgeleverd. Ondanks de soms felle kritiek keerden de landelijke Gereformeerde Kerken niet terug. De dwaalleer werd niet geweerd, maar getolereerd. Ieder was vrij om te geloven wat hij wilde en voor een ieder was plaats.

De komst van ds. Van Mechelen naar de Gereformeerd Kerk Urk in september 1969 betekende dat de kerkenraad en de gemeente nog meer dan daarvoor geconfronteerd werden met de verontrustende ontwikkelingen binnen de landelijke Gereformeerde Kerken. Ds. Van Mechelen had een uitgesproken mening over de ontwikkelingen en de veroorzakers daarvan en hij stak die mening (óók op de kansel) niet onder stoelen of banken. Zo vroeg hij zich hardop af of het nog verantwoord was om nog langer lid te blijven van de Gereformeerde Kerken.
En nadat ds. Van Mechelen hard in conflict was gekomen met de classis werd een kerkenraadsvergadering gehouden met de vraag of het breken met het kerkverband dan toch niet noodzakelijk zou zijn? De kerkenraad wilde dit besluit niet nemen, hoewel er wel een principiële breuk geconstateerd werd tussen de Generale Synode en de kerkenraad. Toch wilde men het kerkverband niet verlaten.

Toen de Gereformeerde Kerk op Urk ds. W. Feenstra wilde beroepen was voor ds. Van Mechelen de maat vol. Volgens hem had ds. Feenstra als synodelid namelijk niets gedaan om de dwaalleer van Kuitert en Wiersinga tegen te gaan. Dit beroep zorgde er voor dat ds. Van Mechelen uittrad. Zijn vertrek bracht begrijpelijkerwijs veel onrust in de grote gemeente. De stap om uit de kerk te gaan werd gevolgd door circa 500 leden. Zo ontstond op Urk de Reformerende Kerk.

Het vertrek van ds. Van Mechelen en de zorgwekkende situatie in de Landelijke Gereformeerde Kerken zorgden er voor dat op de kerkenraadsvergadering van 24 oktober 1975 een doleantievoorstel werd besproken en unaniem werd aangenomen. Het besluit luidde als volgt:
“Als de zittende synode niet handelt naar de Schrift en belijdenis met professor Kuitert en dr. Wiersinga en niet breekt met de Wereldraad van Kerken, zal de Gereformeerde Kerk van Urk zich van Godswege geroepen achten de band met de Gereformeerde Kerken te verbreken.”

Toch was daarmee de rust in de gemeente van korte duur. Aan het besluit werd namelijk een verschillende uitleg gegeven. Het besluit moest volgens sommigen niet worden verstaan als een zich los maken van het kerkverband, maar als een zich los maken van de dwaalleer en de dwaalleraren van de kerk. Deze uitleg zorgde voor nieuwe verwarring. Een verwarring die ook was doorgedrongen in de kerkenraad. En op 10 februari 1976 besloot de kerkenraad dat het eerder genomen besluit gelezen moest worden zonder het losmaken van het kerkverband (30 voorstemmen en 26 tegenstemmen.)

De minderheid accepteerde deze uitslag niet. Zij bleven vasthouden aan het in oktober 1975 unaniem genomen besluit, waartoe de kerkenraad zich toen van Godswege geroepen wist. Daarop werden de tegenstemmers in een latere kerkraadsvergadering ‘ipso facto’ , dat wil zeggen ‘door de daad zelf van hun ambt vervallen verklaard.’ Zonder een kerkelijke procedure waren de ambtsdragers dus uit hun ambt gezet. Daarmee waren de broeders in een situatie terecht gekomen die ze niet hadden gezocht en niet hadden voorzien.

Omdat ze hun afzetting als niet wettig erkenden, zouden ze zelfstandig verder moeten gaan, waarbij zij zich gesteund wisten door het feit dat er enkele honderden handtekeningen waren binnengekomen Zo werd besloten om een zelfstandige noodgemeente te vormen onder de naam ‘Gereformeerde Kerk Dolerend.’

En ondanks dit signaal besloot de Gereformeerde Synode geen tuchtmaatregelen te nemen tegen Kuitert en Wiersinga. Zo werd de breuk definitief.

Dolerend en Reformerend
Vanuit de problemen in de Gereformeerde Kerk waren dus inmiddels twee nieuwe gemeenten ontstaan. De Reformerende Kerk onder leiding van ds. Van Mechelen en de Gereformeerde Kerk Dolerend. Beide kerkenraden besloten om met elkaar te vergaderen om zo zaken op elkaar af te stemmen. Een poging tot hereniging strandde spijtig genoeg, vooral ook daar de Reformerende Kerk al een kerkgebouw in aanbouw had. Daarbij werd ook de vraag gesteld “Bij welk kerkverband sluiten we ons dan aan?”

Als snel werd duidelijk dat de Gereformeerde Kerk Dolerend zich aan zou sluiten bij de Christelijke Gereformeerde Kerken. Uit een enquête van de Reformerende Kerk bleek dat ook zij zich wilden aansluiten bij de Christelijk Gereformeerde Kerken. Dit tot een bittere teleurstelling van ds. Van Mechelen, die liever had gezien dat zij zich zouden voegen bij de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt. Hijzelf trok die conclusie wel en sloot zich persoonlijk wel aan bij die plaatselijke kerk.
Daarmee viel ook de Reformerende Kerk uiteen. Een deel bleef als zelfstandige gemeente (destijds Ned. Herv. op Geref. Grondslag) in De Bron en een deel stapte over naar de Gereformeerde Kerk Dolerend.

Christelijke Gereformeerd
Nu de Gereformeerde Kerk Dolerend (samen met een deel van de Reformerende Kerk) zich had uitgesproken voor aansluiting bij de Christelijke Gereformeerde Kerken werd dit verzoek op de classisvergadering van woensdag 1 september 1976 positief beantwoord. Op zaterdag 4 september 1976 vond in een bijzondere samenkomst in de Eben Haëzerkerk de plechtige instituering plaats van de gemeente. De aansluiting was een feit

Aansluiting bij de bestaande Christelijke Gereformeerde Kerk op Urk (Eben Haëzer)?
De Eben Haëzergemeente bestond al sinds 1892 en had binnen het kerkverband in al die jaren een eigen voortbestaan ontwikkeld. Het is dan ook alleszins te begrijpen, dat de kerkenraad het bewaren van deze eigen identiteit voorop stelde toen in 1976 een grote groep leden vanuit de Gereformeerde Kerk naar de Christelijke Gereformeerde Kerken overkwam. Deze groep was in aantal toen al groter dan de bestaande Eben Haëzergemeente en een samenvoeging zou dus het eigen karakter van die gemeente kunnen schaden. De kerkenraad was daarom van mening dat de dolerende gemeente een zelfstandige gemeente zou behoren te vormen. Deze mening werd ook gedeeld door de kerkenraad van de dolerende gemeente.
Zo waren er twee zelfstandige Christelijke Gereformeerde Kerken op Urk,waar d.d. 1 mei 2005,eveneens door een losmaking uit de Gereformeerde Kerk, de Christelijke Gereformeerde Ichtus-Kerk zich heeft toegevoegd.

Dagelijks Woord

  • Men zal nergens leed doen noch verderven op den gansen berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van kennis des HEEREN zijn, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken. -- Jesaja 11:9