Zondag 21 Januari 2018

In het menu onderaan deze pagina (Jeugd) staan diverse aansprekende artikelen (Uitsmijters.) Artikelen die je tot nadenken aanzetten. Zo nu en dan plaatsen we er ook een op de hoofdpagina. Dit keer die van William.  

William had zich aangemeld voor het leger, want het enige wat hij dolgraag wilde was: marinier worden. William meldde zich dus aan en begon aan de loodzware mariniersopleiding. Hij was een jongen waarvan de meeste mensen zouden zeggen dat hij een beetje vreemd was. Hij viel dan ook al snel buiten de groep en werd het mikpunt van spot, getreiter en vernedering.

In de barak waar William sliep, werd hij constant gepest. Zijn medemariniers deden er echt alles aan om hem voor de gek te houden en voor paal te laten staan. De sergeant wist dat dit gebeurde, maar deed niets om er een einde aan te maken.

Onderaan deze pagina staat onder het menu 'Jeugdwerk' ook de link Uitsmijters. Daaronder staan diverse aansprekende verhalen voor de jeugd. Verhalen die op hun eigen manier tot nadenken aansporen. Zo nu en dan plaatsen we er ook één op de hoofdpagina, zoals die van de mayonaisepot. Een verhaal dat toegepast kan worden op Lukas 10:41-42

En Jezus, antwoordende, zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen; Maar een ding is nodig; doch Maria heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk van haar niet zal weggenomen worden.

Dit waargebeurde verhaal gaat over een man in de jaren zestig van de vorige eeuw. Hij werkte als timmerman. Op een bijzondere dag moest hij een aantal kisten maken voor de kerk. De gemeente had kleren ingezameld en zouden in deze kisten naar weeshuizen in China verzonden worden. Op weg naar huis voelde hij in zijn borstzak om zijn bril te zoeken, maar hij kon hem niet vinden. Toen besefte hij wat er gebeurd was. De bril was natuurlijk onopgemerkt uit zijn borstzak gegleden en in één van de kratten gevallen, die hij gesloten en vastgespijkerd had. Zijn gloednieuwe bril was op weg naar China.

   

Een veteraan uit de Amerikaanse burgeroorlog ging van plaats tot plaats, bedelde om een bed en wat eten, en had het altijd over zijn vriend ‘Mr. Lincoln’. Vanwege zijn verwondingen was hij niet in staat een vaste baan aan te houden. Maar zolang hij kon blijven lopen, zou hij praten over zijn geliefde president.

‘Je zegt dat je Mr. Lincoln hebt gekend,’ reageerde een sceptische omstander. ‘Dat kan ik me niet voorstellen. Bewijs het maar eens!’

De oude man antwoordde: ‘Natuurlijk kan ik het bewijzen. Ik heb hier een papier dat Mr. Lincoln zelf getekend heeft en aan mij gegeven heeft.’ De man pakte een vaak dubbelgevouwen papier uit zijn portefeuille en liet het aan de man zien. ‘Ik kan niet zo goed lezen,’ verontschuldigde hij zich, ‘maar ik weet dat het Mr. Lincolns handtekening is.’

Een jonge man was weggegaan bij zijn ouders en had het ruige en wilde leven opgezocht. Hij vierde zijn vrijheid met drank en drugs. Het leven was echter te ruig en te wild en het bracht hem uiteindelijk in een totale faillissement. Hij had geen geld meer, vrienden hadden hem in de steek gelaten: hij zat diep in de put. Helemaal ten einde raad schrijft deze jonge man een brief naar zijn ouders. Hij schrijft:

Het was ongeveer 14 jaar geleden, en ik stond in de deuropening naar de binnenkomende studenten te kijken voor hun eerste les Godsdienst. Het ging over vertrouwen.. Dit was de eerste keer dat ik Tommy zag. Hij was zijn haar aan het kammen, wat zo lang was dat het wel dertig centimeter onder zijn schouders hing. Mijn eerste indruk van hem was: Vreemd… Heel vreemd..

Tommy was mijn grootste uitdaging dat jaar. De ene keer ontkende hij, en de andere keer grijnsde hij over het feit dat we een onvoorwaardelijke liefdevolle God hebben. Toen hij aan zijn eindtoets begon zei hij heel cynisch: “Denkt u dat ik God ooit zal vinden?”

“Nee”, zei ik heel onsympathiek. “O”, was zijn reactie. “Ik dacht dat u dat hier aan het leren was.”

Er was eens een jongen die zijn ouders erg veel verdriet deed. Ondanks de vermaningen van vader en de tranen van moeder, hij ging door op zijn zondige weg. Het geweten sprak, maar daar ging hij overheen, dronk het weg en feestte door. Kwam laat thuis, zijn ouders wachten lange nachten.

Jongen, je doet niet alleen ons verdriet, maar bovenal de Heere in Wiens Naam je gedoopt bent. Op een dag nam zijn vader hem mee naar de schutting. Hij had een zak spijkers en een hamer bij zich.

"Jongen, elke keer als je ondanks alles toch door gaat op deze zondige weg, sla ik een spijker in de schutting. Maar als je berouw toont haal ik ze er één voor één uit."

Een beetje onwennig zat hij midden tussen de deftige gasten. Een plattelander; een boertje. Je kon het aan zijn handen zien; je kon het aan zijn kleren ruiken. Tegenover hem: een verre neef, een heer van stand: deftig brilletje op de neus, keurig kostuum om een zwaarwichtig lijf.

De maaltijd begon. De ceremoniemeester tikte tegen zijn glas. Het lachen verstomde, het gepraat hield op; 'Een ogenblik stilte, alstublieft.' Iedereen keek wat glazig voor zich uit.

Alleen de boer vouwde zijn handen en sloot zijn ogen. Hij bad. Hij was thuis gewoon om te bidden; en waarom zou hij het hier opeens niet doen?

Even later ging het geroezemoes weer vrolijk verder.

Een twee-onder-een-kap woning wordt de ene kant bewoond van door een godvrezende weduwe, die maar ternauwernood rond kan komen van het weinige geld dat ze ontvangt. De andere helft wordt bewoond door een klein gezin, waarvan de vader zeer vijandig is tegen alles wat met kerk of God te maken heeft.

Op zekere dag heeft de weduwe geen eten meer; en ook geen geld om het te kopen. Wat nu? In haar slaapkamer knielt ze neer en - onder het openstaande raam vertelt ze - zoals ze gewoon is - hardop haar nood aan de Heere. In de aangrenzende slaapkamer zit haar buurjongen huiswerk te maken en 'toevallig' hoort hij zo door het openstaande raam het bidden van zijn buurvrouw. Vlug haalt bij zijn vader. Samen luisteren ze naar het gebed, dat ze woordelijk kunnen verstaan.

Dagelijks Woord

  • Doch Gij, HEERE! zijt een Schild voor mij, mijn eer, en Die mijn hoofd opheft. Ik riep met mijn stem tot den HEERE, en Hij verhoorde mij van den berg Zijner heiligheid. -- Psalmen 3:4-5