Woensdag 6 Juli 2022

Het was in het jaar 1927 dat in de USA de grote crisis begon. Een jonge man, pas getrouwd, vertrok naar de stad om daar werk te gaan zoeken. Door de stad stroomde een rivier waarover een spoorbrug gebouwd was. Aan de ene zijde was een brugwachtershuisje gebouwd, waarin de brugwachter zat.

Hij deed de brug open wanneer er schepen door moesten varen. De jonge man solliciteerde naar dit baantje en werd aangenomen. Met veel liefde deed hij dit werk. Na enige tijd werd in het gezin van deze brugwachter een zoontje geboren die zij Gray noemden.

Toen Gray acht jaar was, nam zijn vader hem voor het eerst mee naar de brug en zei tegen hem: "Ik wil je laten zien hoe de brug werkt."

Een waterdrager had twee grote emmers. Elke emmer hing aan één kant van een juk dat hij over zijn schouders droeg. Eén van de emmers had een barst, de andere emmer was in een perfecte toestand. Terwijl de tweede emmer aan het einde van de lange weg tussen de rivier en het huis van de baas een vol portie water afleverde was tegen die tijd de gebarsten emmer nog maar half vol. Dat ging zo twee volle jaren. De waterdrager leverde altijd maar anderhalve emmer water af in het huis van zijn baas. Natuurlijk was de goede emmer bijzonder trots op zijn prestaties omdat hij perfect voldeed voor het doel waarvoor hij gemaakt was. Maar de arme gebarsten emmer was beschaamd om zijn gebrek en voelde zich ellendig omdat hij maar de helft kon presteren van wat je van hem had mogen verwachten.

Lang geleden stonden er op een heuvel drie kleine bomen; ze stonden daar en droomden van wat ze later wilden worden wanneer ze groot waren.

De eerste kleine boom keek naar de sterren en zei: "Ik wil een schat bewaren. Ik wil bekleed worden met goud en gevuld met kostbare stenen. Ik word de mooiste schatkist in de hele wereld!"

Een paar maanden voor ik werd geboren ontmoette mijn vader in de plaats waar hij woonde een vreemdeling. Mijn vader raakte meteen geboeid door die vreemdeling en nodigde hem na een tijdje uit om bij hen thuis in te trekken. De vreemdeling voelde zich weldra thuis en was al helemaal ingeburgerd toen ik enkele maanden later geboren werd.

Ik groeide op en ik vroeg me nooit af wat hij eigenlijk deed in ons gezin. In mijn kinderlijke gedachtewereld had ieder zijn eigen plaats. Mijn broer, Bill, die vijf jaar ouder was dan ik, was mijn voorbeeld. Fran, mijn jongere zus, gaf mij de gelegenheid om zelf een "grote broer" te zijn en ontwikkelde in mij de kunst om te plagen. Mijn ouders vulden elkaar perfect aan: mama bracht mij de liefde bij voor Gods Woord en mijn vader leerde mij om het te gehoorzamen.

Dagelijks Woord

  • En de schriftgeleerden en de farizeeën, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt? En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering. -- Marcus 2:16-17